ÖBB 1012:

Artikelgroep: Locomotieven
Subgroep: Elektrische locomotieven
Eigenschappen: Digital
 
Spoor: H0
Tijdperk: V

Voorbeeld: Sneltreinlocomotief serie 1012 van de Österreichische Bundesbahnen (ÖBB). Gebouwd in 1997 door SGP, ELIN en Siemens als serie van 3 prototypen. Bedrijfsnummer 1012.003-8.
Model: Met Digital-decoder mfx. 5-polige schuingegroefde motor met vliegwiel centraal ingebouwd. Chassis uit metaalspuitgietwerk. Aandrijving over cardan op 4 assen. Antislipbanden. Verlichting met onderhoudsarme warmwitte LED’s, traditioneel in bedrijf. Gemonteerde handrails en veel andere details. Gedetailleerde dakuitrusting. Cabines met interieur, voor met figuur machinist. Koppelingsschachten volgens NEM met mechaniek. Koppelingen verwisselbaar voor gesloten frontschorten. Remslangen insteekbaar. Lengte over buffers 22,2 cm.

Eenmalige serie.
De elektrische hoogvermogenslocomotief van de serie 1012 werd speciaal voor het Oostenrijkse spoorwegnet ontwikkeld. Het bergachtige landschap met krappe bogen en aanzienlijke hellingen, maar ook met lange rechte trajecten zoals in het Inndal of op de Westbahn stellen hoge eisen aan de constructie van de locomotieven voor de Österreichische Bundesbahnen. De locomotief van de serie 1012 was oorspronkelijk voor de inzet als sneltreinloc met 230 km/h maximumsnelheid bestemd en moest de serie 1044 aflossen. Als universeel voertuig met 6,4 MW vermogen voor de snelle reizigers- en goederendienst was ze in de reguliere dienst enkele jaren voor treinen van de Rollende Landstrasse op het traject Innsbruck-Brenner ingezet. Technisch was de serie 1012 voor het vervoer van treinen van 660 t op 5 ‰ met 220 km/h en van 600 t op 28 ‰ met 100 km/h ontworpen. Ze moest zowel snelle reizigerstreinen in het vlakke land als zware goederentreinen in het gebergte in dubbeltractie kunnen trekken. Vanaf de opbouw leek de loc sterk op de serie 460 van de SBB met de zijwanden van geknikt staal en de cabine-elementen van GFK-onderdelen. Het mechanische deel van de locomotief stamt van Simmering-Graz-Pauker, het elektrische deel werd door ELIN, Siemens en ABB geleverd. Terwijl de eerste drie locomotieven gebouwd werden, wisselde de bedrijfstop van de Österreichische Bundesbahnen en nieuwe voorschriften voor uitschrijvingen van de EU werden van kracht. Vervolgens wilde de ÖBB de locs daarom niet meer afnemen, uiteindelijk kon echter nog een overeenstemming bereikt worden en de machines werden nog in 1997 door de ÖBB overgenomen. Gedurende haar gehele diensttijd waren de locomotieven in Innsbruck gehuisvest. De ‘Taurus’-locomotieven van de serie 1016/1116 vormden echter al spoedig voor de ÖBB een voordelig alternatief en de mooi gevormde 1012’en bleven een splinterserie.

 
Eigenschappen:

TERUG